Dit is een van de belangrijkste conclusies uit de overall rapportage sociaal domein 2016 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De rapportage geeft inzicht in de ontwikkelingen in het sociaal domein, geeft een beschrijving van de kwaliteit van leven van mensen, geeft inzicht in wie de gebruikers van individuele voorzieningen zijn, hoe hun gebruik zich door de tijd ontwikkelt en welke geografische verschillen er zijn. Verder behandelt het rapport de (knelpunten in) de uitvoeringspraktijk aan de hand van diepteonderzoek in drie gemeenten en geeft het inzicht in de bestuurlijke en financiële kaders. Onderstaand een overzicht van de belangrijkste conclusies. Voor een samenvatting van het rapport klik hier

  • Tussen 2015 en 2016 is de kwaliteit van leven van mensen met een maatwerkvoorziening in het sociaal domein gelijk gebleven. Er is ook een stabiel beeld bij de mate van kwetsbaarheid, probleemcumulatie, redzaamheid en maatschappelijke participatie.
  • Wel is de emotionele eenzaamheid onder mensen in de Wmo 2015 in 2016 iets groter dan in 2015 (22% versus 17%). Emotionele eenzaamheid gaat over het ontbreken van een intieme relatie of vertrouwenspersoon.
  • Ook is er tussen 2015 en 2016 een afname in de hulp die mensen in de Wmo 2015 krijgen van een beroepskracht. Die afname wordt niet opgevangen in het eigen netwerk (van 23% tot 18%). Onduidelijk is óf en hoe mensen dit opgelost hebben.
  • Er is nog geen sluitende aanpak voor de overgang van 18 min naar 18 plus. De zorgcontinuïteit komt daarmee in de knel. Regelingen sluiten nog niet goed op elkaar aan en er is een gebrek aan specifieke woonvoorzieningen (o.a. begeleid wonen). De toegang tot de jeugdhulp via de gemeente is verdubbeld van 14% in begin 2015 tot 28% eind 2016.
  • In huishoudens met problematische schulden komt het gebruik van sociaaldomeinvoorzieningen 2,5 keer zo vaak voor dan wanneer er geen problematische schulden zijn.
  • In ongeveer 40% van de onderzochte gemeenten is het volgens griffiers voor gemeenteraadsleden moeilijk om over voldoende tijd te beschikken voor de taakuitvoering. In ongeveer 1 op de 10 deelnemende gemeenten geven griffiers aan dat gemeenteraadsleden over onvoldoende kennis en vaardigheden beschikken om hun taken goed uit te kunnen voeren.